Columns

De Koning van Wezel
Hoera, Tom mag afzwemmen!

Auteur Janet Mulder
Datum 01/04/2016

Joepie, Tom mag afzwemmen!

Onze zoon Tom zit op de zwemles. Zwemmen vindt hij leuk, maar zwemles is niet zijn favoriet. Aan de start van de les is het vaak huilen. Dan gaat het een paar lessen goed en opeens kan het zo zijn dat Tom toch weer moet huilen. Zo ook een maand geleden.
Ik gaf Tom huilend mee aan de badmeester. Deed mijn boodschappen en kwam weer terug. Tom stond me al op te wachten, of ik even mee wilde lopen naar de badmeester. Ik dacht ‘oh jee, dit is helemaal fout gegaan deze les…’. Ik kom bij de badmeester en hij feliciteert mij. ‘Waarmee’ vroeg ik hem. Tom mag afzwemmen! Helemaal verrast, want ik verwachtte iets anders, zei ik nog ‘oh leuk, super’! Ik helemaal blij en ging Tom feliciteren. We liepen samen terug naar de kleedkamer. Kleren weer aan, altijd een klus in zo’n warme en drukke kleedkamer, en eenmaal buiten vroeg ik me opeens af of Tom wel wist wat de badmeester me ging vertellen en of hij Tom wel gefeliciteerd had. En wat bleek, nee hoor. Ik was de eerste die hoorde dat Tom af mocht zwemmen! Het voelde raar voor mij. Tom mag afzwemmen en ik hoor het als eerste, niet Tom. Terwijl hij toch echt op de zwemles zat en niet ik…
Een andere ervaring had ik onlangs op school. Juf vroeg of ik even tijd had. Ze vertelde dat Tom het goed deed op school. En dat ze hem wat extra uitdaging wilde geven door hem 1x in de week anderhalf uur in de middenbouw mee te laten draaien. We moesten hier als ouders maar eens even over nadenken en het met Tom over hebben.
Op de fiets naar huis merkte ik enige onrust in mezelf. Ik kwam er achter dat het te maken had met de volgorde van vragen. De vraag is of Tom het leuk zou vinden om 1x in de week naar de middenbouw te gaan. De vraag werd aan mij gesteld, als ouder. Ik snap en voel de positieve intentie van de juf, ‘denk er als ouders maar eens over na en bespreek het met het kind. Aan jullie vertelt hij vast en zeker wel of hij het wel of niet wil’. En toch voelde het voor mij dat we OVER Tom gingen praten en niet MET Tom. Toen ik eenmaal in gesprek MET Tom en de juf ging voelde het voor mij weer oké, gelijkwaardig zeg maar. Mijn onrust was weg.

In gesprek gaan MET elkaar gaat over die gelijkwaardigheid. Ik deug én jij deugt. SAMEN komen we er wel uit. Dat zorgt voor verbinding, motivatie, groei, leren en nog veel meer. Hierover gaat het model ‘Leiderschap in hart en nieren’. Deze gebruik ik als ik een training geef over het omgaan met kinderen. Dit model laat zien dat als je op een verbindende en motiverende manier met kinderen om wilt gaan het belangrijk is om dit te doen vanuit hoge ondersteuning én sturing. Dit zorgt er voor dat je in gesprek MET het kind komt in plaats van dat je tegen of over het kind praat. En iedereen zegt en denkt ‘ja natuurlijk praten we MET het kind, logisch toch!’. In de praktijk valt me op hoe lastig dit soms toch is en wat dit met de ander doet. En dat we vaker OVER het kind praten in plaats van MET het kind.
Janet Mulder.

Voor meer De Koning van Wezel columns ga naar: Publicaties > Columns