Columns

De Koning van Wezel
Twaalf individuen of een team?

Auteur Jan Ruigrok
Datum 15/06/2012

Bij collega Erik staan de muren bol van de herrie. Geen werkherrie, maar volslagen anarchie. Jij bent een goeie leraar en de muren zijn dik genoeg om er geen last van te hebben. Wanneer de leerlingen na zijn les bij jou binnenkomen, laat je even de stoom uit de oren komen, geef je je vriendelijke rustgevende blik en een paar schouderklopjes en je kunt beginnen. Ze genieten van de rust die jij creëert en zeggen dat ze liever bij jou zitten dan bij Erik. Doe jij wat aan de situatie bij Erik; weet Erik dat je daar iets mee doet?

Meneer Van Dieten hanteert het mes van cynisme met ambachtelijke vaardigheid. Toen na de kerstvakantie een leerling met een pokdalig gezicht de klas binnenkwam zei hij dat hij voortaan wel die rotjes uit zijn mond moest doen voor hij ze aanstak. Een bedeesd meisje met een meer dan gemiddelde borstomvang vroeg hij de eerste les van het schooljaar bij hem vooral rechtop te zitten: ‘dan kan ik beter van je genieten’. Doe je iets met meneer Van Dieten en weet meneer Van Dieten dat je iets met hem doet?

Vragen van een ethisch niveau. Wanneer je mensen anderen ziet beschadigen en je doet niets ontloop je mooi je verantwoordelijkheid. Kun je dan nog de visie uitdragen dat we met z’n allen verantwoordelijk zijn voor een maatschappij met betrokken burgers? Maar het zijn ook vragen van een professioneel niveau. Het is niet niks om zulke situaties aan te pakken op een manier zonder dat er meer mensen beschadigd worden. Hoe mooi zou het zijn als leraren de mogelijkheden en vaardigheden hebben dit soort situaties aan te pakken op een manier waarover iedereen uiteindelijk tevreden is.

Ik ken een school waar de lessen iedere middag om kwart voor vier zijn afgelopen. Ze hebben daar regels voor docenten. Ik noem er twee:

1) Als je je zorgen maakt over een collega spreek je hem of haar daar over aan.
2) Als je dat lastig vindt, bespreek je je zorgen met iemand anders uit je team.

De teams hebben deze regels aanvaard.

Drie keer in de week komen om ze kwart over vier bij elkaar voor een kringgesprek. Tafels aan de kant. De gesprekken vinden plaats volgens steeds dezelfde vragen:

1) Wat is er goed gegaan afgelopen dagen?
2) Welke problemen zijn we tegen gekomen?
3) Hoe hebben we die opgelost?
4) Welke zijn er blijven liggen?
5) Wat gaan we daar mee doen?

Ik heb drie van die besprekingen mogen bijwonen en het was hartverwarmend mooi en bij tijd en wijle bloedspannend. Het mooie deed zich voor bij het doorlopen van vraag 1, 2 en 3. Mensen vertelden hun verhaal en zaten glunderend van trots de complimenten van hun collega’s in ontvangst te nemen.

Bij 4 en 5 werd het spannend. Een docent met ordeproblemen kreeg te horen dat hij  veel te lang ermee had doorgelopen. Iemand die drie leerlingen er uit had gestuurd werd gevraagd welke acties hij had ondernomen om de relatie met de leerling te herstellen. Met zijn rode hoofd, toen hij het antwoord schuldig bleef, had je de schooldisco kunnen illumineren. Toen hij hakkelde dat hij niks met die leerling kon, kreeg hij te horen dat dat betekende dat hij dan blijkbaar aan het werk moest, want ‘met mensen die niets kunnen met leerlingen; daar kunnen wij weer niks mee’.

Als je het ziet zitten, stel dan deze manier van werken eens voor tijdens een teamvergadering. Saai zal het niet worden.


Voor meer De Koning van Wezel columns ga naar: Publicaties > Columns