Columns

De Koning van Wezel
De kaartenbak

Auteur Jan Ruigrok
Datum 22/11/2010

‘Jongens en meisjes, ik heb hier een doosje met kaartjes’, zegt Renate aan het begin van het schooljaar. ‘Je krijgt van mij het kaartje waar jouw naam op staat. Schrijf daar iets op waar je goed in bent, wat je leuk vindt om te doen. Én wat anderen leuk vinden wanneer jij het doet.’

Wanneer de leerlingen schrijven, loopt Renate rond en ieder jaar weer ziet ze dat sommigen binnen één tel klaar zijn en dat ze anderen voor een onmogelijke opdracht heeft geplaatst. Na een minuut of vijf haalt Renate de kaartjes op: ‘ Als je nog niets hebt, dan schrijf je het woord ‘Bescheidenheid’ op je kaartje. Jij bent daar goed in en bescheidenheid is een prachtige eigenschap. Ik heb ook een kaartje gemaakt: ik kan heel goed speculaaskoekjes bakken.’

‘Het kaartje is helemaal van jou’, vervolgt Renate, ‘wat er op staat mag je altijd veranderen. Als je er bescheidenheid op hebt staan, is dat helemaal goed, maar je mag ook aan anderen vragen of ze jou willen helpen bij een andere invulling. Misschien weten zij wel dingen waar je niet zo snel op bent gekomen. Bijvoorbeeld, je ouders, je opa of oma, of vriendinnen. Laat ze maar eens lekker nadenken. Als het helemaal niet lukt, kom je bij mij.

Met die kaartjes gaan we het volgende doen. We hebben 22 leerlingen en ongeveer 40 schoolweken. Ieder veertien dagen trek ik op woensdag een kaartje met een naam. Degene die aan de beurt is (en wie er aan de beurt is, zeggen we lekker niet), die gaat op vrijdag iets doen met wat er op zijn kaartje staat. Ik zou dan speculaasje kunnen bakken. Maar dat doe ik niet, want dat weten jullie al en de lol is er vanaf. Ik heb gelukkig nog meer dingen waar ik goed in ben, dus ik doe wat anders.’

Wat Renate niet zegt is dat ze zo slim is dat ze de kaartjes niet helemaal willekeurig trekt. Soms pakt ze een kaartje van een leerling die op dat moment wel wat positieve aandacht kan gebruiken.

‘Maar er is nog iets waar we die kaartjes voor gaan gebruiken. In iedere klas gebeurt het wel eens dat een leerling of een lerares iets doet wat verkeerd is. Iets waar anderen last van hebben. Het lukt je bijvoorbeeld niet om je aan de regels te houden die we met hebben afgesproken. Soms het gebeurt het ook wel eens dat een leerling een ander pest of slaat, of dat soort dingen. Als lerares moet ik dan wat doen. Ik kan straffen. Soms moet dat, maar leuk vind ik dat niet. Wat ik liever doe is dat Ik met de leerling die zich niet aan de regels kon houden ga zoeken of we wat anders kunnen doen. En als het gaat zoals ik wil, kan die leerling dan kiezen uit twee dingen: of hij krijgt straf of hij pakt het kaartje. Soms is straffen echt nodig en hoewel niemand dat leuk vindt zal ik dat dan toch doen. En soms vinden leerlingen dat ook wel makkelijk: geef mij maar straf, dan ben ik er af. Als dat een keer gebeurt, is dat helemaal niet erg. Maar als een leerling zijn kaartje pakt zegt hij ‘Ik heb iets stom gedaan en dat ga ik herstellen. Dat lijkt me veel leuker. En om een goede start te maken, heb ik al vast speculaasjes gebakken. Wie deelt ze uit?’

Voor meer De Koning van Wezel columns ga naar: Publicaties > Columns