Intern nieuws

INTERN

ER ZIJN GEEN WOORDEN NODIG

een column van Dorian Sorgedrager

06.04.2017 - Er zijn geen woorden nodig

Dat moment waarop wij, de leerlingen en ik, tijdens het ontbijt een ontzettend fijn, gezellig en open gesprek hebben en ik geniet van hun jonge ontwikkelende brein, van de vragen die ze stellen, van de manier van denken die steeds maar weer anders blijkt te zijn dan dat van een volwassen persoon. Ik geniet.
En dan dat moment dat één van mijn leerlingen een andere leerling toeschreeuwt: “Jonguh, ik praat toch niet tegen jou, praat ik tegen jou? Zag je dat ik iets tegen je zei? Bemoei je niet!!!” Jonguh kijkt vragend naar mij. Deze jongen maakte een heel gewone opmerking, geheel passend in het groepsgesprek. Het gesprek waarvan zowel hij als ik dachten dat dat nog steeds plaatsvond. Ik kijk naar de andere leerlingen. Zij zijn net zo verbaasd. Niemand heeft gemerkt dat Lizzy ineens een gesprek is begonnen waar anderen blijkbaar geen deel van uitmaken.
Ik geef aan Lizzy aan dat het prima is dat zij het vervelend vindt dat iemand zich bemoeit met haar gesprek en dat het tegelijkertijd niet past om zo te reageren. Zeker niet omdat we even daarvoor samen, met alle leerlingen, een gesprek aan tafel hebben.
“Zo ben ik gewoon!!!” Okay, daar gaan we. Dat moment. Hier geniet ik het meest van. Het zinnetje dat steeds terugkeert, zoveel leerlingen die dit als afweermechanisme hebben. Niet omdat ze gewoon zo zijn, maar omdat ze gewoonweg geen flauw idee hebben hoe het dan anders te doen.
“Okay, Lizzy, jij bent gewoon zo. Helaas kan je dan geen deel uitmaken van de groep. Ga maar aan je tafel zitten.” Natuurlijk wordt Lizzy boos en de reactie die ik verwachtte komt ook. “Ik kan er toch niets aan doen dat ik zo ben. Ik ben gewoon zo!”

Ik vind het prima dat Lizzy zo is. Denkt dat ze zo is. Dat mag. En niet in de groep. En dat geef ik haar dus ook terug. Ik zoek het randje op tussen provocatief en herstelgericht. Ik ken Lizzy nog niet lang en ik wil snel zijn (om een stortvloed aan verwensingen te voorkomen, om een groepsdiscussie te voorkomen) en wil niet over haar grens gaan. Maar wel duidelijk zijn.
“Lizzy, als jij gewoon zo bent, mag dat. Dat is prima. En in deze groep gaan we niet zo met elkaar om. Jij bent zo. Daar is niets aan te doen zeg je. Ook dat is prima, maar je kunt zo geen deel uitmaken van de groep en ik wil dat je aan je eigen tafel gaat zitten.”
Tierend vertrekt ze naar haar tafel. Geen van de andere leerlingen reageert op wat er gebeurt en het gesprek gaat verder waar we gebleven waren voor deze onderbreking. De ontbijtspullen worden afgeruimd, de leerlingen gaan op hun plek zitten en gaan aan het werk. Lizzy doet niets. Ik laat haar. Een half uur later doet Lizzy nog niets. Ik laat haar nog steeds. De andere leerlingen houden voorzichtig in de gatenE wat er gebeuren gaat. De leerlingen die al langer in mijn groep zitten weten wat er komen gaat, want ze hebben het moment waarop ze ervoor kozen zelf eigenaar te worden van de problemen die ze ervaren allemaal meegemaakt.

Na ruim een uur zegt Lizzy “mag ik nu niet meer in de groep?” Iedereen zit gespannen te wachten op mijn reactie. Daar waar je bijna zou verwachten dat anderen gaan lachen of zich ermee willen bemoeien, is er in deze groep een sfeer ontstaan waarbij dat uitblijft en iedereen alleen maar wacht.
“Lizzy, ik wil je graag bij de groep. Blijkbaar wil jij dat ook. Je zegt dat je gewoon zo bent. Helaas kan je niet in de groep, als je gewoon zo bent. Want in deze groep gaan we niet zo met elkaar om.”
Ze wordt weer boos, ze zegt niets, ze blijft aan haar tafel zitten. De rest gaat door met hun werk en het is eigenlijk zelfs angstvallig stil. Ik vraag me af wat de andere leerlingen nu allemaal bedenken. Ik kijk naar hun gezichten. Sommige zoeken even oogcontact en ik zie aan de blik dat ze weten wat ik verwacht. Ze knikken en gaan door. Anderen kijken vragend en weten niet zo goed wat ze moeten doen. Ik knik en ze weten dat ik bedoel “het is okay, dat wat je nu doet is wat ik verwacht, ga maar door met je werk.” Ik hoef niet te praten. We kennen elkaar.

Ineens zie ik een traan bij Lizzy. Zachtjes rol ik een kruk naar haar toe en met mijn rug naar de rest van de groep ga ik bij haar zitten. Ik zeg niets. Zij ook niet. We zitten ruim 10 minuten zo aan tafel en de tranen blijven komen. “Ik weet niet hoe ik het anders moet doen…”

De groep hoort wat ze zegt. De leerling die het langst in mijn groep zit begint te klappen. De rest volgt. “Wil je hulp?” vraag ik haar. De weg naar groei ligt open. Ze heeft de stap genomen. Zelf. De leerlingen en ik zien haar en steunen haar. Niemand hoeft iets te zeggen. Er zijn geen woorden nodig. En zij knikt.

« terug

ECHO op Bonaire en Curacao

Herstelrecht op de Antillen

Sint-Maarten

Bouw mee aan het heropbouwen van de hospitality opleiding op Sint-Maarten

Inspiratiedag 3 juli

'de dans tussen de prins en de kikker'